Astrix
|
TEELTHANDLEIDING ASTERIX, Nederland
ALGEMEEN Kruising: Cardinal x SVP VE 70-9 Kweker: Kweekbedrijf ROPTA-ZPC Asterix is een vrij laat ras (5) met een middenvroege knolzetting. De knollen zijn langovaal en roodschillig en de vleeskleur is lichtgeel. Het knolaantal per plant is vrij hoog (12-14) en het onderwatergewicht ligt gemiddeld hoger dan Bintje. Asterix is geschikt om te telen op zowel klei als zandgrond. Onder goede bewaarcondities is Asterix afkomstig van de kleigronden bewaarbaar t/m mei-juni. De loofontwikkeling is snel en goeddekkend. Het loof is middelmatig hoog en stevig. RESISTENTIES
‘Asterix kan onder bepaalde omstandigheden een tweede en/of derde knolzetting geven. Asterix is echter niet gevoelig voor doorwas. PLANTAFSTANDEN / VOORBEHANDELING POOTGOED Bij pootgoedontvangst, pootgoed droog bewaren en condensatie voorkomen in verband met de gevoeligheid met zilverschurft.
Dezelfde pootdiepte aanhouden als bij het ras Bintje. Asterix heeft niet de neiging hoog in de rug te groeien. Vanwege de hoge opbrengst en grofte is goed aanaarden wel belangrijk. BEMESTING
GEWASBESCHERMING Onkruidbestrijding met Sencor heeft geen nadelige gevolgen. Phythophthora bestrijding Luizenbestrijding Loofdoding INSCHUREN EN BEWARING Tijdens het rooien de schudders zo weinig mogelijk gebruiken en de valhoogtes tot een minimum beperken. Dit geldt ook voor het inschuren. Indien u toch gebruik maakt van een kiemremmingsmiddel tijdens het inschuren dan dienen de knollen velvast te zijn, want Asterix is gevoelig voor poederbrand. Het is daarom raadzaam om een voldoende lange afhardingsperiode in acht te nemen (2,5 tot 3 weken.) Het gebruik van kiemremmingsmiddelen tijdens het inschuren wordt afgeraden vanwege de gevoeligheid met poederbrand. Wanneer Asterix in een redelijk afgerijpt stadium geoogst wordt, kan bij een bewaartemperatuur van 8°C een goede verwerkingskwaliteit worden gehandhaafd. Langdurige bewaring bij 8°C kan echter alleen worden gerealiseerd met ondersteunende mechanische koeling. Omdat men nooit zeker is hoe het fysiologische stadium van de knollen is gesteld op het oogsttijdstip is het veiliger een glijdend bewaarregime van 14 -> 8 -> 14°C na te streven. De bewaartemperatuur wordt in de winterperiode zo constant mogelijk gehandhaafd. Om CO2-ophoping te voorkomen wordt geadviseerd iedere dag lucht te verversen. Dit kan bijvoorbeeld door 10 minuten per dag extern te ventileren rekening houdend met de buitentemperatuur. In het voorjaar wordt weer begonnen met een geleidelijke temperatuurstijging met ca. 1°C per week naar maximaal 14°C. Met deze bewaarfilosofie kunnen grote temperatuurschommelingen worden voorkomen, terwijl ook de ophoping van reducerende suikers wordt beperkt. |