Publicaties
Fritesaardappelen gespoeld naar de fabriek
Artikel in de boerderij maart 2008
Maatschap Kort spoelt de fritesaardappelen bij het afleveren. In tegenstelling tot bij het wassen, raken de aardappelen hierbij niet beschadigd.

Maatschap Kort in Kudelstaart (N.-H.) levert aardappelen aan verschillende fritesfabrieken. Om de afnemer tegemoet te komen, spoelen vader en zoon Kort de aardappelen bij het afleveren. Daardoor gaat de verwerking in de fabriek veel sneller. De aardappelen worden bij het spoelen niet beschadigd, omdat ze tijdens het proces niet met ijzer in aanraking komen. Momenteel is het systeem nog in de testfase.

Hugo Kort schept de fritesaardappelen op. Samen met zijn zoon Robert heeft hij een maatschap waarbij fritesaardappelen het hoofdgewas vormen. Afgelopen jaar teelden ze 120 hectare fritesaardappelen. Vandaag wordt 300 ton afgeleverd. Bij het afleveren wordt een capaciteit tot 45 ton per uur gehaald. Het spoelen is geen capaciteitbeperkende factor bij het laden.

Via transportbanden gaan de aardappelen van het opschepapparaat naar de laad- en spoelinstallatie op het erf.

Op de rollenreiniger van de stortbak gaat de meeste losse grond al uit de partij. Ook de allerkleinste knolletjes worden hier gescheiden van de bruikbare knollen. De grond en kleine knolletjes worden via een transportband opgevangen in een kist.

Voor het spoelproces is relatief weinig water nodig; ongeveer 1.000 liter per vrachtwagen. Het water wordt gecirculeerd in de installatie en de modderdeeltjes bezinken. Robert Kort test even of alles werkt en hoe dik het bezinksel is. Aan het eind van de dag vangt hij de bezonken grond op in een bak. Die brengt hij terug naar het land.

De aardappelen verdwijnen eerst in een dompelbad en komen dan op een spijlenband richting vrachtwagen. De grondsoort bepaalt voor een belangrijk deel het resultaat van het spoelen. Zandgrond is eenvoudig af te spoelen, maar bij kleigrond blijft toch wat meer grond aan de knollen hangen. Kluiten en stenen zinken, waarna ze via een transportband naar een kist of kipwagen gaan. Zo gaan alleen de aardappelen naar de fabriek

Vlak voor de aardappelen de vrachtwagen in gaan, spuiten twee rijen sproeiers nog een paar stralen water over de aardappelen om zo de laatste grond van de knollen te verwijderen.

Aan de instellingen van de spoelinstallatie hoeft weinig veranderd te worden. Hooguit wat meer of minder druk op de laatste sproeiers.

Aangezien de aardappelen nat en zonder kluiten in de fabriek aankomen, kan het wassen daar nu veel sneller gebeuren. Bovendien raken de aardappelen bij de teler nog niet beschadigd, wat ten goede komt van de kwaliteit. Daardoor hoeven de aardappelen in de fabriek niet per se direct verwerkt te worden.
Hieronder een rapportage uit de boerderij van 1 mei 2007 over fosfaatbemesting.
Artikel 2007 de Boerderij (pdf-formaat)
Egalere knol met vloeibare kunstmest
Artikel boerderij 18 jan 2008
Akkerbouwer Robert Kort gebruikte vloeibare kunstmest bij het poten en ziet nu in de bewaring het effect. Zijn knollen zijn zichtbaar egaler.
Robert Kort kiest voor vloeibare kunstmest omdat hij een beter wortelstelsel voor zijn aardappelen wil. De theorie is dat vloeibare polyfosfaat sneller opneembaar is en ook nog eens dichter in de rij bij de aardappelen ligt. Hierdoor ontwikkelt het wortelstelsel zich beter, waardoor de plant beter beschermd is tegen droogte. De akkerbouwer bouwde een installatie op zijn pootmachine zodat hij de vloeibare kunstmest (vooral fosfaat, 67 kilo fosfaat per hectare) vlakbij de aardappel kon injecteren.

Ondanks het droge voorjaar stonden zijn aardappelen er in juni buitengewoon goed op. Dit heeft als tweede voordeel dat de knolzetting egaler is. De akkerbouwer ziet dit effect duidelijk als hij over zijn box aardappelen loopt. Het percentage 50-op is hoger en extreem grote knollen komt hij niet tegen. Doordat er minder extreme knollen zijn, is het percentage groen ook lager.

Aardappelen poten bij Robert Kort
Naast het duidelijke kwaliteitsvoordeel wil de akkerbouwer onderzoeken hoeveel fosfaat hij minder kan gebruiken. Immers de aardappel wortelt in het begin van het groeiseizoen maar 15 centimeter breed. Op de overige 60 centimeter van de rug hoeft hij geen fosfaat te strooien. Natuurlijk onttrekt de aardappelwortel wel wat fosfaat uit de genoemde 60 centimeter. Kort hoopt 25 procent op fosfaat te kunnen besparen. In 2007 legde hij proeven aan om dit te checken. Maar door de extreme regenval in juli en augustus stierf het goede wortelstelsel van de planten grotendeels af. Hierdoor kan de akkerbouwer niets zeggen over het resultaat.
In 2008 gebruikt Kort opnieuw vloeibare kunstmest met volle dosering fosfaat. Nieuwe proeven moeten uitwijzen of hij in de toekomst kan besparen op fosfaat.